Nieuws India Over ons Klanten Login  

INDIA LIGT DICHTERBIJ DAN MEN DENKT.

Door Wijnand Westerveld.
Automatisering Gids #35, 2 september 2005

Softwareontwikkeling in Azië is niet alleen weggelegd voor grote partijen als IBM, EDS, Capgemini of Atos-Origin. Ook kleinere bedrijven, tot zelfs de onderkant van het MKB laten software in bijvoorbeeld India ontwikkelen. Er zijn weliswaar nog niet veel bedrijven die zo'n stap durven zetten, maar vanuit dat segment komen wel steeds meer vragen naar de mogelijkheden om software in het buitenland te laten ontwikkelen. Dat merkt onder andere de firma Eastern Enterprise, een bedrijf dat Nederlandse bedrijven tracht te interesseren voor softwareontwikkeling in India. "Het aantal verzoeken van onder meer Kamers van Koophandel, Digikringen en het Centrum voor Handelsbevordering, om tijdens studieavonden de mogelijkheden van softwareontwikkeling in India uiteen te zetten, is duidelijk groter dan een jaar geleden", aldus Shweta Lodaya. Zij is samen met Marco Freriksen de oprichter van Eastern Enterprise. Hun ervaring is dat kleine bedrijven de grote ondernemingen achterna gaan. Een bedrijf als bijvoorbeeld Baan liet in de jaren negentig al software in India ontwikkelen. Een aantal jaren later volgden de grote dienstverleners. Voor hen was de vraag niet of ze het zouden doen, maar hoe ze hun ontwikkeling in India of elders zouden organiseren. Want achterblijven bij de concurrentie die het wel deed was geen optie. Daarvoor zijn de prijsvoordelen van softwareontwikkeling in India te groot. Inmiddels kijken ook kleine bedrijven tot ver over de grens. "Van de aanvankelijke skepsis ten aanzien van softwareontwikkeling in India merk je steeds minder. Kleine bedrijven worden nieuwsgierig naar de mogelijkheden", aldus Lodaya. En inmiddels laat een handvol kleine bedrijven hun software ook via Eastern Enterprise in India ontwikkelen. Freriksen verwacht dat dit aantal eind dit jaar tot zo'n veertien vijftien is opgelopen.

Een van die bedrijven is Cat Logic uit Rotterdam een softwareontwikkelaar die zich richt op transport en logistiek. "Voor ons waren prijs en de flexibiliteit de doorslaggevende argumenten om software in India te laten ontwikkelen", aldus financieel directeur Marcel Bakker. Met flexibiliteit doelt hij op de mogelijkheid om tijdelijk extra mensen in te kunnen zetten. "Het is heel moeilijk om hier mensen voor korte tijd aan te nemen. Als je ze eenmaal in dienst hebt kom je gewoon moeilijk van ze af. Maar als je toch even gas wilt geven kan het aantal mensen dat in India voor je aan het werk is zo verdubbelen.

"Cat Logic heeft in Nederland zo'n vijftig ontwikkelaars aan het werk. Het aantal softwarebouwers in het buitenland is volgens Bakker gemiddeld tien. Communicatie met ontwikkelaars in India, vaak aangeduid als een van de problemen bij offshoring is volgens hem geen probleem. "Wij communiceren intensief via een Webcam, dat loopt uitstekend. Hun kennis van het Engels is prima. Bovendien, de kosten van die communicatie worden alleen maar lager, het zijn inmiddels tarieven waar je om moet lachen. Het lijkt alsof ze om de hoek zitten."

Cat Logic is via Eastern Enterprise op de India route gekomen, maar is nog wel zelf ter plekke gaan kijken. Daarmee is de firma een uitzondering weet Peter Gobets, voorzitter van de recent opgerichte Nederlandse Stichting voor Bedrijfsproces innovatie (NSBPi). "De meeste bedrijven in het MKB reizen niet zo makkelijk even naar India." Wel ziet ook de NSBPi onder kleine bedrijven een toenemende belangstelling voor India. "Omdat steeds duidelijker wordt dat daar kansen liggen voor zowel Indiase als Nederlandse bedrijven", aldus Gobets. Hij is naast voorzitter van genoemde stichting ook medewerker van de Indiase ambassade in Nederland. Dat verklaart de focus op India, maar Gobets benadrukt dat de stichting los van de ambassade staat. "Voor financiering zijn we op onszelf aangewezen, meer in het bijzonder op de contributie van de leden." De NSBPi spant zich in om bedrijven uit het MKB te interesseren om hun software in India te laten ontwikkelen. Een van de eerste concrete stappen die de stichting heeft gezet is het laten uitvoeren van een onderzoek naar de obstakels en drempels die er voor het Nederlandse MKB zijn om software in India te laten ontwikkelen. "De bevindingen van dat onderzoek geeft ons de handvatten om mogelijke barrières weg te nemen", aldus Gobets.Hoewel nog niet formeel vrijgegeven heeft het onderzoek uitgewezen dat onder meer de risicomijdende bedrijfscultuur in ons land en de vrees voor verborgen kosten, bedrijven terughoudend maakt.

Hoe de NSBPi de gevonden knelpunten wil oplossen is volgens Gobets nog lang niet op alle terreinen helder. "Deze inventarisatie was een eerste stap. Het geeft richting aan ons zoeken naar oplossingen. Maar denk bijvoorbeeld aan het organiseren van oriëntatiereizen."

Herry Bruins, oprichter en eigenaar van het bedrijf IT Works dat applicaties voor bodemonderzoek ontwikkelt, heeft zonder zelf in India te zijn geweest, net de eerste ervaring met softwareontwikkeling in India achter de rug. De contacten zijn via Eastern Enterprise gelopen. "Netto heeft ons dat nog niet veel opgeleverd, maar het was maar een klein project en dan zijn wat ik maar even de 'aanloopkosten' noem hoog. Maar we gaan er zeker mee door want het prijsverschil is significant. Voor een ontwikkelaar hier betaal ik 70 a 80 euro per uur. In India is dat 20 euro."Voor Bruins speelde een belangrijke rol dat Eastern Enterprise alle risico's op zich neemt. Wij betalen die uurprijs van 20 euro aan hen en zij nemen verder het hele traject op zich.

"Daarmee verschilt de aanpak van Eastern Enterprise met die van spelers als EDS, Capgemini of IBM. Die bedrijven openen over het algemeen zelf faciliteiten, waar soms tot duizenden mensen software ontwikkelen. Kleinere bedrijven opereren doorgaans via subcontractors die het werk op hun beurt bij Indiase bedrijven 'wegzetten'. Maar voor de onderkant van het MKB is ook dat nog een stap te ver. Juist op die kleine bedrijven richten Lodaya en Freriksen zich. "Niet als vertegenwoordiger van de Indiase software-industrie maar als een onafhankelijke partij", legt Freriksen uit. "Wij zijn een zelfstandig en resultaat gericht bedrijf. Onze insteek is om een relatie op te bouwen tussen Nederlandse en Indiase softwarebedrijven." De rol van het bedrijf gaat verder dan die van intermediair. "Wij zoeken klanten in Nederland en brengen hen een uurtarief voor het ontwikkelen van software in rekening. Die software laten wij vervolgens ontwikkelen in India", legt Lodaya uit. Maar niet als in een soort black-box, waarbij de klant moet afwachten wat eruit komt. Tussen de klanten van Eastern Enterprise en de ontwikkelaars in India is rechtstreeks contact.

De kracht van Eastern Enterprise is volgens Lodaya dat de onderneming volgens het Nederlands recht werkt. "Wij zijn het aanspreekpunt voor onze klant. We hanteren en vast tarief van 20 euro per uur, daarover is geen enkele onhelderheid. Wij nemen het risico als verborgen kosten en planning voor onze rekening. En wij zoeken welk bedrijf in India het best bij een opdracht past." Freriksen heeft een aantal jaar in India gewerkt en Lodaya is er opgegroeid. Ze studeerde er informatica bedrijfskunde en Frans. Zij selecteert zelf de Indiase bedrijven met wie wordt samengewerkt. Daarbij gaat het niet alleen om technische vaardigheid, maar ook om sociale aspecten. "Als het om een project gaat waarbij veel met de Nederlandse klant moet worden gecommuniceerd zoeken we in India een bedrijf waar we van weten dat ze die communicatie kunnen voeren. Voor klanten die zelf de technische specificaties opstellen zoeken we in India een andere ontwikkelaar, dan voor een partij die in 'Jip en Janneke-taal' zegt wat hij wil. Maar wat ons betreft kan het allebei."

Toch zijn de ervaringen van zowel Bruins als Bakker dat vooral het offshoren van basis programmeerwerk goed te doen is. "Als je je technische specificaties op orde hebt, doen ze keurig wat je vraagt", aldus Bruins. Maar hij is minder te spreken over het 'meepraten met de opdrachtgever'. Daarvoor moet je toch echt bij ontwikkelaars binnen kunnen lopen."Bakker heeft soortgelijke ervaring. "Ze werken in India op onze servers met ons ontwikkeltool, dat gaat probleemloos. Maar de automatisering van een commercieel traject liep minder geweldig. Ik denk omdat ze op het terrein van logistiek inzicht missen. Die ontwikkeling doen we nu met een Turkse partner, dat loopt prima."

Het puur technische deel van de software-ontwikkeling blijft wat Bakker betreft in India. "Ze doen er wel veel langer over dan hier, maar omdat de kosten zoveel lager zijn is dat geen probleem. En wat er uiteindelijk uitkomt ziet er heel prima uit." Ontwikkelen in het buitenland is daarom voor beide bedrijven een blijvende optie.Volgens Lodaya zal het niet bij het offshoren van software-ontwikkeling blijven. "Ik verwacht dat over een jaar ook het uitbesteden van beheer naar India van de grond zal komen. Ook dat wordt interessant voor kleine bedrijven. Naast uitbreiding van onze huidige activiteit zie ik het offshoren van beheer als nieuwe terrein waar wij kunnen groeien."

AG, Wijnand Westerveld, 02-09-05



Voor verdere informatie: 
Shweta Lodaya 
Eastern Enterprise 
+31-74-2568167 
info@easternenterprise.com 
www.easternenterprise.com
     
Copyright 2005 by Eastern Enterprise BV. All Rights Reserved