 |
| |
HOME/INDIA/ FACTS |
| |
| |
India: factsheet (Dutch only)
|
Naam
land
|
India
(de Republiek)
|
|
Regeringsvorm
|
parlementaire
democratie
|
|
Staatshoofd
|
President
A.P.J. Abdul Kalam
|
Geografie
|
Oppervlakte
|
3.287.590
km2 (88 x Nederland)
|
|
Hoofdstad
|
New
Delhi
|
|
Tijdverschil
met Nederland
|
+ 4,5
uur (wintertijd), + 3,5 uur (zomertijd)
|
Bevolking
|
Bevolkingsaantal
|
1.062
miljoen inwoners
|
|
Bevolkingsgroei
|
1,5
procent
|
|
Taal
|
Hindi,
Engels
|
|
Religie
|
83
procent hindoe, 11 procent moslim
|
Economische
indicatoren
|
BBP
|
510,2 miljard US dollar
|
|
BBP
per hoofd van de bevolking
|
490 US
dollar
|
|
Reële
groei BBP
|
6,5
procent (2003/04, schatting)
|
|
Stijging
consumentenprijzen
|
3,8
procent (2003/04)
|
|
Munteenheid
|
rupee,
(1 rupee = 0,01828 euro, 26.05.2005)
|
Buitenlandse
handel
|
Totale
invoer in India
|
65,2 miljard US dollar
|
|
Totale
uitvoer uit India
|
52,7 miljard US dollar
|
|
Uitvoer
uit Nederland naar India
|
777,3
miljoen euro (2004)
|
|
Invoer
in Nederland vanuit India
|
1041,2
miljoen euro (2004)
|
|
Voornaamste
handelspartners
|
invoer
uit: VS, België, VK, Japan, Duitsland
uitvoer naar: VS, VK, Duitsland, Japan, België
|
Bronnen:
EIU, EVD/CBS, Census India
India: geografie en klimaat
India is met een oppervlakte van bijna 3,3 miljoen km2 het op
zes na grootste land ter wereld. Daarbij inbegrepen is een groot deel van Jammu
en Kasjmir in het uiterste noorden, waarover de territoriale rechten zowel door
Pakistan als door India worden geclaimd. Globaal gezien ligt India tussen het
Himalayagebergte en de Indische Oceaan. Het land grenst in het noordwesten aan
Pakistan (2.912 kilometer); in het noorden aan Nepal (1.690 kilometer), Bhutan
(605 kilometer) en de Chinese provincie Xizang of Tibet (3.380 kilometer); in
het noordoosten aan Myanmar of Birma (1.463 kilometer) en in het oosten aan
Bangladesh (4.053 kilometer). De rest van het land wordt omgeven door de
Arabische Zee in het westen en de Golf van Bengalen in het oosten (in totaal
7.000 kilometer).
Geografisch is India te verdelen in drie natuurlijke regio's: het
Himalayagebergte in het noorden met enkele van de hoogste toppen ter wereld, de
grote vlaktes van de rivieren de Indus en de Ganges, en de grote plateaus van
het zuidelijke gedeelte van het schiereiland, dat bestaat uit zeer oude
geologische formaties.
Het klimaat is voornamelijk tropisch, met uitzondering van bijvoorbeeld de
Himalaya. De temperatuur verschilt echter van maand tot maand per gebied: in en
rond Mumbai (=Bombay) aan de westkust heerst een tropisch klimaat. Het weer is
hier redelijk aangenaam en vrij constant door de verkoelende zeewind. Van
november tot februari bedraagt de gemiddelde temperatuur 20°C. Gedurende de
periode van april tot juni loopt de temperatuur op tot omstreeks 33°C. Van half
juni tot eind september heerst de zuidwestmoesson en regent het flink.
In New Delhi bestaat een groot verschil tussen zomer en winter. Gedurende de
wintermaanden (januari-februari) daalt de temperatuur 's nachts tot omstreeks
5°C. In de maanden mei en juni kunnen de temperaturen echter oplopen tot 40°C
of meer. Van juli tot september is het er doorgaans regenachtig en liggen de
temperaturen tussen 22 en 32°C.
Kolkata (=Calcutta) en de Bengaalse vlakte kennen in de winter (november tot
februari) aangename temperaturen tussen de 15 en 24°C. Van maart tot juni is
het droog en heet met temperaturen rond de 40°C. Het regenseizoen duurt er van
half juni tot half september. Het is er dan zeer vochtig met temperaturen
tussen de 30 en 35°C.
Een vergelijkbaar patroon geldt ook voor de Zuid-Indiase steden Hyderabad en
Chennai (Madras). Gematigde temperaturen in de maanden november tot en met
februari, heet in april en mei en vochtig en warm in de periode van juli tot en
met oktober.
Het hoger gelegen Bangalore heeft een betrekkelijk gelijkmatig klimaat. De
gemiddelde temperatuur in de koudste maand (januari) bedraagt ongeveer 20°C, in
de warmste maand (april) ligt die bij ongeveer 27 graden Celsius.
In heel India geldt de zogenaamde Indian Standard Time (IST). Het is in
vergelijking met Nederland 4,5 uur later (in de periode dat in Nederland de
zomertijd geldt, is dit 3,5 uur).
India: bevolking
Met naar
schatting 1,046 miljard inwoners (www.censusindia.net/)
heeft India het op één na hoogste bevolkingsaantal ter wereld (16,8 procent van
de wereldbevolking). In de periode 1991-2001 bedroeg de bevolkingsgroei
gemiddeld 1,95 procent per jaar. Met een dichtheid van 324 inwoners per km2
(2001) is het land ook één van de dichtstbevolkte landen ter wereld. Grote
delen van India zijn overbevolkt.
Economische ontwikkeling is een constante race tegen de bevolkingsgroei. Het in
de hand houden van de bevolkingsomvang is voor de Indiase overheid dan ook een
brandend vraagstuk. De bevolkingsdichtheid varieert sterk van gebied tot
gebied. De grootste dichtheid vindt men in de rijstteeltgebieden in de vlakte
van de Beneden-Ganges en de rivierdelta in Bengalen, maar ook in delen van
Assam, in delen van de oostelijke rivierdelta's, rond Madras, in Kerala en in
de kustvlakten die zich uitstrekken van Bombay tot in Gujarat.
Uit voorlopige cijfers van de laatste volkstelling (2001) blijkt dat de
verschillen tussen de deelstaten nog toenemen. Het zuiden scoort wat betreft
geboortebeperking aanzienlijk beter dan het noorden (Kerala met een gemiddelde
groei van 0,9 procent over de laatste tien jaar tegenover Bihar met een toename
in dezelfde periode tot 2,43 procent per jaar). India kent een mannenoverschot:
51,7 procent van de bevolking is man, 48,3 procent vrouw. Verreweg het grootste
aantal Indiërs woont nog op het platteland (72,2 procent). In 2001 maakte de
beroepsbevolking 39,3 procent van de totale bevolking uit.
Bevolkingsopbouw:
|
0 - 14 jaar
|
32,7 procent
|
|
15 - 64 jaar
|
62,3 procent
|
|
65 jaar en ouder
|
5,0 procent
|
Bron:
EIU
Voornaamste
steden en aantal inwoners (2001):
|
Mumbai (= Bombay)
|
16,4 miljoen
|
|
Kolkata (= Calcutta)
|
13,2 miljoen
|
|
Delhi
|
12,8 miljoen
|
|
Chennai (= Madras)
|
6,4 miljoen
|
|
Bangalore
|
5,7 miljoen
|
|
Hyderabad
|
5,5 miljoen
|
|
Ahmedabad
|
4,5 miljoen
|
Bron:
Census 2001
De bevolking is buitengewoon gevarieerd, niet zozeer wat betreft etnische
afkomst, als wel naar taal of dialect. Deze omstandigheid vormt in belangrijke
mate de basis voor de verdeling van het land in deelstaten en 'union
territories'.
De talen in het noorden van India behoren voornamelijk tot het Indo-Arisch,
waarvan het Hindi de belangrijkste is (42,2 procent van de totale bevolking
spreekt het). Dit wordt voornamelijk gesproken in de deelstaten Rajasthan,
Haryana, Punjab, Himachal Pradesh, Uttar Pradesh, Bihar en Madhya Pradesh.
In Zuid-India behoren de verschillende talen tot een geheel andere groep: het Dravidisch.
Ze worden voornamelijk gesproken in de deelstaten Tamil Nadu (Tamil), Kerala
(Malayalam), Andhra Pradesh (Telugu) en Karnataka (Kannada).
Daarnaast wordt door een aantal stammen in de landelijke gebieden een veelheid
van talen gesproken, zoals bijvoorbeeld het Tibetaans (voornamelijk in het
Himalayagebied). Het Engels is de belangrijkste taal voor gebruik in nationaal,
politiek en commercieel kader.
In totaal worden in India ongeveer 850 talen gesproken. Er zijn negentien
nationale of officiële talen. (www.ethnologue.com/show_country.asp?name=India)
Een bijzonder fenomeen binnen de Indiase maatschappij is de verdeling van de
bevolking in zogenaamde kasten. Men wordt door geboorte als het ware
'veroordeeld' tot een bepaalde kaste. Status en beroep worden hierdoor
feitelijk bepaald.
De meest voorkomende godsdiensten zijn: hindoeïsme (82 procent), islam (12
procent), christendom (2,3 procent), sikhisme (1,9 procent), boeddhisme (0,8
procent) en jainisme (0,4 procent). Er bestaat dikwijls een verband tussen
politieke fricties en spanningen tussen religieuze groeperingen, vooral tussen
hindoes en moslims in het noorden (waarbij niet altijd even duidelijk is wat
oorzaak is, wat gevolg). Een eigenaardigheid van de Indiase samenleving is
verder nog dat veel waarde wordt toegekend aan astrologische berekeningen. Ook
bij zakelijke en politieke beslissingen kan dit een rol spelen.
India: bestuurlijke organisatie
Algemeen Sinds de onafhankelijkheid
in 1947 is India de grootste democratie ter wereld. De federale republiek
bestaat uit 28 deelstaten en 7 zogenaamde 'union territories', elk met een
eigen hoofdstad. New Delhi is de federale hoofdstad. De grondwet, die sinds
1950 van kracht is, voorziet in een onafhankelijke rechtspraak met het Supreme
Court als hoogste orgaan. Het parlement is naar Britse traditie opgebouwd uit
een Lagerhuis (Lok Sabha) en een Hogerhuis (Rajya Sabha). Op deelstaatniveau
bestaat in de meeste gevallen eenzelfde tweekamersysteem. Het Lagerhuis telt
545 leden, waarvan er 543 om de 5 jaar worden gekozen volgens een systeem van
algemeen kiesrecht (2 leden worden aangewezen door de president). De
kiesgerechtigde leeftijd is 18 jaar.
Landelijk bestuur
De president (op dit moment dr. A.P.J. Abdul Kalam) wordt elke vijf jaar
gekozen door de twee Kamers van het parlement, samen met de wetgevende organen
van de verschillende staten.
De laatste landelijke verkiezingen (april/mei 2004) werden tot veler verrassing
gewonnen door de Congress Partij onder leiding van Sonia Gandhi. De
regeringscoalitie (United Progressive Alliance, UPA) staat onder leiding van
premier Manmohan Singh. De regering telt 68 ministers, waarvan er 29 deel
uitmaken van het kabinet. De Congress Partij neemt 43 van de 68 ministerposten
voor haar rekening. Verder maken de volgende partijen eveneens deel uit van de
regeringscoalitie: RJD, DMK, NCP, PMK, Lok Jansakthi, IUML, TRS en JMM.
Regionaal bestuur
De Indiase grondwet regelt in principe de verdeling van de bevoegdheden
tussen federatie en deelstaten. In sommige gevallen dragen beide gedeelde
verantwoordelijkheid. In de praktijk zijn de deelstaten sterk afhankelijk
gebleven van de centrale overheid, doordat een groot gedeelte van hun
financiële middelen afkomstig is van de centrale overheid.
Nadat in de jaren tachtig niet alleen het centralistische leiderschap in India
aan betekenis heeft verloren, maar ook het systeem van centrale economische
planning in belangrijke mate werd losgelaten, is de invloed van de deelstaten
groter geworden. Afgezien van de politieke betekenis van deze ontwikkeling,
kunnen deelstaatregeringen nu in belangrijke mate de snelheid van de
economische hervormingen bepalen en een eigen liberaliseringskoers varen. Dit
betekent onder andere dat zij nu zelf toestemming kunnen verlenen voor
aangemelde projectvoorstellen, het gebruik van de grond kunnen reguleren, de
arbeidsmarkt kunnen sturen (door middel van het al dan niet stichten van
overheidsbedrijven op deelstaatniveau), invloed kunnen uitoefenen op de
openbare nutsvoorzieningen en, in sommige gevallen, zelfstandig buitenlandse
investeringen kunnen aantrekken.
Bron: EVD. www.evd.nl
|
|
|
|